Omgevingswet is in strijd met de habitatrichtlijn

bomen op de heide

Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking. Op basis van die wet moeten initiatiefnemers een omgevingsvergunning aanvragen bij de overheid als ze een activiteit willen ontplooien, zoals bij voorbeeld bouwen.

Zo’n vergunning voor bouwen heet een omgevingsvergunning bouwactiviteit en wordt verleend door het college van burgemeester en wethouders.

Als zo’n activiteit significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, moet de initiatiefnemer ook een omgevingsvergunning N2000-activiteit (‘natuurvergunning’) aanvragen bij het college van gedeputeerde staten.

Die verplichting staat namelijk in artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn:

“Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo’n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.”

Op die manier denkt de wetgever dat bij (bouw)projecten goed zal worden gekeken, of het geen schade voor de beschermde natuur oplevert.

Denkfout

Helaas zit er een denkfout in die redenering, want het initiatief om een ‘natuurvergunning’ aan te vragen ligt helemaal bij de initiatiefnemer, dus als die het niet doet, kan de overheid niet beoordelen of de natuur schade lijdt.

SME maakt daar bezwaar tegen door aan het college van burgemeester en wethouders te vragen geen bouwvergunningen af te geven, als er ook een natuurvergunning verplicht zou kunnen zijn. Het college van Ede weigert dat, omdat het van mening is dat het de bevoegdheid niet heeft om voor die reden een vergunning te weigeren.

Op zich heeft het college een punt. Echter, zo redenerend, handelt het in strijd met de Habitatrichtlijn, vinden wij, want die eist dat er een passende beoordeling moet worden gemaakt, als niet kan worden uitgesloten dat door de activiteit de beschermde natuur wordt aangetast.

Een door de wetgever veroorzaakte strijd met de Europese regelgeving dus.

Om hierover een uitspraak van de rechter te krijgen, hebben wij in een aantal zaken beroep ingesteld tegen besluiten op bezwaar van het college van Ede.

Omdat het om een principiële zaak gaat, doen we dat in overleg met Meten = Weten en Advocaat van de Aarde.

We zijn benieuwd hoe dit afloopt. Wellicht moet de Nederlandse wetgever de Omgevingswet gaan aanpassen.

Jeannet Hubbeling